Download onderwijsarrangement

Door het aanpassen van het standaard onderwijsarrangement door middel van de vinkjes creeert u een persoonlijk onderwijsarrangement. U dient een naam op te geven om het onderwijsarrangement te kunnen downloaden. Indien u een standaard onderwijsarrangement wilt, klikt u dan op annuleren en zorg ervoor dat alle vinkje aan staan voordat u op opslaan klikt.

×
Uw onderwijsarrangement wordt aangemaakt. Een ogenblik geduld.×

TOS (ESM) licht onderwijsarrangement tot 9 jaar

Doelgroep

Kinderen met Taalontwikkelingsstoornis (ESM) < 9 jaar

Uitgangspunt

Uitgangspunt van een licht onderwijsarrangement is dat de leerling onderwijs krijgt op een reguliere school. De ontwikkeling en herstel van de communicatieve redzaamheid staat centraal in de ondersteuning.

Onderwijsmateriaal & Curriculum

Dienstverlening kan op basis daarvan bestaan uit directe en indirecte begeleiding. Directe begeleiding vindt plaats met de leerling of met een groep(je). Indirecte dienstverlening kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de handelingsverlegenheid van de docent, schoolsysteem, deskundigheidsbevordering-cluster 2 op de werkvloer en in het schoolteam.

Setting binnen de klas

Uitgangspunt in het lichte onderwijsarrangement is dat zo min mogelijk wordt afgeweken van het reguliere curriculum.
Technische of onderwijskundige aanpassingen worden binnen het gewone lesprogramma gerealiseerd.
Toegankelijk maken van leerstof wordt ondersteund en/of uitgevoerd door de medewerker cluster 2.

Ten behoeve van de leerling

Specifeke interventies gericht op de taalontwikkeling (en vreemde talenonderwijs) van leerlingen met ESM.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
C

Specialistisch en intensief taalonderwijs

C2

Er is gestructureerd en expliciet taalonderwijs vanaf jonge leeftijd aansluitend bij de belevingswereld van de leerling. Voor VSO-leerlingen is het verwerven van functionele taalvaardigheid in relatie tot sector- en beroepskeuze een belangrijk doel.
Er zijn school- en groepsdoelen en individuele doelen geformuleerd op het gebied van:

  • communicatieve redzaamheid/competentie
  • het begrijpen en produceren/gebruiken van taal inclusief woordenschat, pragmatiek, morfologie en syntaxis
  • verstaanbaarheid
  • (functionele) geletterdheid
C3

Bestaande taalmethodes worden door de leraar in samen-werking met de logopedist, aangepast en/of aangevuld om de geformuleerde taaldoelen te kunnen behalen.

AssC3

De medewerker legt expliciet aan de leerling uit welk taalgebruik wel en niet past bij specifieke situaties.

AssC8

Het herkennen van verschillende typen vragen wordt expliciet aangeleerd.

Specifeke interventies gericht op (begrijpend en voortgezet technisch) lezen.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
D

Specialistisch en intensief leesonderwijs

D2

In de kleuterperiode wordt in het kader van ontluikende en beginnende geletterdheid intensief, doelgericht, methodisch en systematisch gewerkt aan het trainen van de leesvoorwaarden. Fonologische vaardigheden worden door ESM leerlingen minder makkelijk verworven. Ze vragen dagelijks extra herhaling en training. Er is veel kortdurende herhaling om deze vaardigheden en letterkennis te automatiseren.

D3

Er worden hulpmiddelen ingezet om auditieve informatie in het leesonderwijs te visualiseren.
Er wordt gebruik gemaakt van bv. klankgebaren, hak- en plakstroken, afdekkaartjes om structuren in woorden zichtbaar te maken.

D5

Inprenting van het woordbeeld via de orthografische route (schrift) krijgt expliciet aandacht. ICT-toepassingen ondersteunen hierbij.

D6

Vlotte en automatische woordherkenning verloopt bij ESM-leerlingen veelal vertraagd.
Het inoefenen van de klank-tekenkoppeling en het automatiseren van de woordherkenning vraagt expliciete instructie, hoogfrequente training en veel herhaling.

D7

Door problemen in de taalvaardigheid beschikken sommige leerlingen over een (aanzienlijk) kleinere mondelinge woordenschat bij de start van het formele leesonderwijs in groep 3.
Wanneer leerlingen de techniek van het leren lezen onder de knie krijgen, betekent dit dat de betekenis van het woord vaak expliciet uitgelegd en aangeleerd moet worden.

D8

Op het gebied van begrijpend lezen ondervinden veel ESM- leerlingen problemen door de beperkte woordenschat en de moeite die zij hebben met het begrijpen van woord- en zinsbouw en tekstopbouw. Ook een informatietekort kan een rol spelen.
Het lezen en daarmee begrijpen van teksten wordt veelvuldig klassikaal behandeld. Het hardop meedenken van de leraar bij het hanteren van leesstrategieën (modelling) voor het leren begrijpen van de tekst is een belangrijke didactische aanpak.

D9

Bij het begrijpend lezen is expliciet aandacht voor het herkennen en begrijpen van verwijswoorden/-relaties.

D11

De leesontwikkeling wordt zorgvuldig gevolgd aan de hand van observaties, methodegebonden toetsen en methodeonafhankelijke toetsen.
Het protocol dyslexie ESM is leidraad voor het leesonderwijs.

AssD3

Klankteken koppeling is vaak niet vanzelfsprekend voor kinderen met autisme. Klankondersteunende gebaren (liefst aansluiten bij de realistische wereld van het kind) of oproepwoorden/kaartjes (slang voor s) worden ondersteunend ingezet.

AssD9

De leerkracht is alert op preoccupaties, fascinaties of angstige associaties. Deze kunnen het lezen in de weg staan. Woorden of teksten die dit oproepen, worden vermeden.

De communicatie en instructie toegankelijk maken voor ESM leerlingen.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
E

Aangepaste instructie

E1

De mondelinge instructie wordt afgestemd op het begripsniveau van de leerling(en). Dit geldt zowel voor de vorm (gesproken Nederlands, Nederlands met gebaren) als voor de inhoud. Het is belangrijk om moeilijke begrippen en nieuwe taal niet te vermijden, wel aan te bieden en er een goede toegankelijke definitie of voorbeeld bij te geven.

E3

Het werkgeheugen van ESM-leerlingen is vaak zwakker. Medewerkers passen taken waarbij een beroep gedaan wordt op het onthouden van grotere hoeveelheden informatie aan:

  • Informatie wordt aangeboden in een permanente (visuele) vorm
  • Informatie nodig opgedeeld in kleinere stappen
  • Leerlingen krijgen strategieën aangeboden en aangeleerd om informatie beter te laten beklijven bv. een eigen woordenboek met betekenisvolle zinnen en tekeningen gebruiken, het geleerde inoefenen via verschillende werkvormen.
E4

De leraar structureert de informatie.
Hij geeft regelmatig een terugblik en samenvatting. De leraar stelt controlevragen op het begrip van de instructie.

E5

Om (complexe) lesstof toegankelijk te maken worden leerlingen voorbereid op het onderwerp.
Belangrijke begrippen worden in een betekenisvolle context aangeboden en vooraf uitgelegd (pre-teaching). Voor sommige leerlingen is extra training en herhaling van deze begrippen (re-teaching) noodzakelijk.

E7

Tekstmateriaal en opdrachten die leerlingen niet zelfstandig kunnen verwerken, worden vooraf besproken en voorzien van cues.
Indien mogelijk/noodzakelijk wordt via het schrift, beeld, schema een compacte samenvatting van de lesstof aangeboden.

E8

Bij de verwerking van lesstof worden doelgericht (visuele) handelingswijzers aangeboden om leerlingen in staat te stellen zelfstandig opdrachten te verwerken (stappenplan, mindmappen).

E9

Het begrijpen van lesstof is niet vanzelfsprekend als voldaan wordt aan de ogenschijnlijk optimale toegang tot communicatie. Door beperkte woordenschat, problemen met de informatieverwerking en het informatietekort begrijpen ESM-leerlingen vaak minder dan wij, maar ook zijzelf soms denken. Leerlingen worden hiervan bewust gemaakt en krijgen strategieën aangeboden om zelf begrip te controleren. Leerkrachten zijn hier in de instructie voortdurend alert op, geven samenvattingen en stellen controlevragen.

E10

Het model van directe instructie wordt gehanteerd en richt leerlingen op het doel en opbrengst van de lesactiviteit.

E11

Reguliere methodes worden gebruikt in het onderwijs aan ESM-leerlingen. Het niveau van taalvaardigheid van leerlingen binnen een groep is vaak zeer uiteenlopend.
De leerkracht past de lesstof aan op het begripsniveau van de leerlingen. Hij differentieert hiermee binnen de groep.

AssE6

Overgangen in de onderwijssituatie worden benoemd en/of gevisualiseerd en rustig en nadrukkelijk genomen.

A

Didactisch klimaat

AssA11

Concept Ondersteunende Communicatie wordt ingezet om het betekenisaspect te kunnen waarnemen. Het gaat hierbij om ondersteunend gebruik van vormstabiele communicatievormen aangepast aan de actuele mogelijkheden van vormwaarneming en betekenisverlening. De verwijzer wordt daarbij altijd eerst in de betekeniscontext aangeboden.

AssA12

Transfer van kennis en vaardigheden naar andere situaties krijgt specifieke aandacht.

Interventies gericht op sociale relaties en welbevinden.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
F

Bevordering van sociale relaties en welbevinden

F1

Communicatie- en spraaktaalproblemen hebben invloed op het gedrag, de relaties met anderen en op het welbevinden van ESM-leerlingen. De sociaal-emotionele ontwikkeling verloopt vaak minder voorspoedig.
Een pedagogisch klimaat dat veiligheid en ruimte biedt om te communiceren vanuit eigen mogelijkheden en autonomie draagt bij aan het welbevinden van de leerlingen.
Van jongs af aan wordt in het lesprogramma systematisch aandacht besteed aan de sociaal-emotionele vorming en de training van sociale en communicatieve vaardigheden.

F2

Er wordt gewerkt met de voor de doelgroep beschikbare en ontwikkelde methodes voor sociaal-emotionele ontwikkeling en relaties en seksualiteit.

F6

Binnen het lesprogramma is expliciet aandacht voor de spraaktaalproblematiek in relatie tot het zelfbeeld.
In het kader van communicatieve en sociale redzaamheid leren de leerlingen strategieën om hun spraaktaalproblematiek in het dagelijks leven zo goed mogelijk te kunnen hanteren. Regels voor gespreksvoering worden bv. Expliciet aangeleerd en geoefend.

F7

De leerlingen worden van jongs af aan zorgvuldig gevolgd in hun sociaal-emotionele ontwikkeling aan de hand van observaties en screeningsinstrumenten. Dit om (vroeg)tijdig te kunnen signaleren en waar nodig te kunnen doorverwijzen.
Indien er sprake is van een risicoscore binnen het klinisch gebied wordt multidisciplinair in samenwerking met ouders en zorginstellingen een passend arrangement geboden om de ontwikkeling te stimuleren en stagnatie en/of problemen te voorkomen (preventie) of te verminderen.

B

Pedagogisch klimaat

B1

Een pedagogisch klimaat dat veiligheid en ruimte biedt is een klimaat waarin ESM-leerlingen daadwerkelijk gehoord en begrepen worden en succeservaringen kunnen opdoen in de communicatie, in het leren en in de sociale contacten.
De medewerkers zijn zich bewust van de communicatieve hulpvraag en dagen de leerlingen vanuit een sensitieve en responsieve grondhouding uit om zelf te communiceren. Het bevorderen van de communicatieve redzaamheid, zelfstandigheid en de weerbaarheid staat hierbij centraal.

B2

Voorspelbaarheid is een onderdeel van en veilige pedagogische klimaat voor ESM-leerlingen. Deze voorspelbaarheid krijgt vorm door vaste rituelen waarbij activiteiten gestructureerd worden. Dit gebeurt zowel verbaal als non-verbaal/visueel.
Door de spraaktaalproblematiek biedt mondelinge informatie onvoldoende houvast. Non-verbale/visuele informatie blijft voor leerlingen beschikbaar en waar nodig oproepbaar.

B3

Het (weer) plezier krijgen, hebben en houden in communicatie is een belangrijke voorwaarde om verder te kunnen ontwikkelen en leren. Medewerkers stimuleren dit plezier. Vanuit een positieve grondhouding werken medewerkers aan een reëel en positief zelfbeeld van de leerlingen.
Leerlingen leren hun mogelijkheden en onmogelijkheden kennen. Diversiteit in communicatie en ‘zijn’ wordt gewaardeerd. Verschillende communicatieve benaderingen en uitingen (gesproken Nederlands, Nederlands met gebaren, vormen van ondersteunde communicatie, schrift etc.) kennen een gelijke status.

B4

Communicatieve redzaamheid, weerbaarheid en het kunnen participeren in de maatschappij hebben hoge prioriteit.
Leerlingen worden binnen het veilige klimaat uitgedaagd om zelf initiatieven te nemen en oplossingen te bedenken voor het initiëren en het voortzetten van communicatie.

Dit gebeurt behalve in natuurlijke communicatieve situaties ook door communicatieve situaties te simuleren en oefenen.

B7

Gespreks- en omgangsregels worden expliciet uitgelegd en gevisualiseerd. Sociale situaties worden besproken en gevisualiseerd en geanalyseerd in stappenplannen om deze te leren begrijpen en de kennis te kunnen toepassen in uiteenlopende situaties.

B8

Er wordt systematisch en methodisch gewerkt aan het begrijpen, benoemen en kunnen uitleggen van gevoelens en emoties, zowel verbaal als non-verbaal.

F

Bevordering van sociale relaties en welbevinden

AssF1

De methodiek van social story en script wordt ingezet om de leerling inzicht te geven in (complexe) sociale situaties.

AssF3

Met de leerling wordt besproken/gereflecteerd op de gevolgen die een ASS kan hebben op het leven van alle dag, zowel wat de leerling zelf betreft  als de omgeving.

Individuele begeleiding binnen de reguliere klas of daarbuiten in een speciale ruimte.

Audiologische ondersteuning (gebruik soloapparatuur waar nodig).
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A21

Voor leerlingen met problemen in de auditieve verwerking wordt solo-apparatuur ingezet. Het gebruik van deze apparatuur wordt systematisch geëvalueerd.


Ten behoeve van de leerkracht

Adviseren bij het schrijven van het ontwikkelingsperspectief met name rond belemmerende factoren cluster 2 gerelateerd.

Advisering rond didactisch klimaat dat communicatie en taalontwikkeling stimuleert.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A2

De communicatie en instructie is toegankelijk en begrijpelijk.

  • Er wordt rustig gesproken
  • Er is aandacht voor een goede signaal-ruisverhouding. De medewerker is zich bewust van het effect van achtergrondgeluid.
  • De communicatie en instructie worden intensief gevisualiseerd: concreet materiaal, afbeeldingen, picto’s, foto, film, gebaren etc.
  • De communicatie en het taalaanbod sluiten aan bij het begripsniveau van de leerlingen.
  • Mondelinge informatie wordt zoveel mogelijk ook schriftelijk (bv. in beeld, woord, picto) vastgelegd en is niet vluchtig.
A5

Ontwikkeling, herstel en/of compensatie van de communicatieve functies staat centraal in het onderwijsprogramma.

A6

Er is een rijke taal-/leeromgeving. De leraar stemt deze omgeving af op de zone van de naaste ontwikkeling van de groep en van de individuele leerling. De omgeving sluit aan bij de communicatieve en talige doelstellingen.
De lesruimte biedt overzicht en structuur maar lokt tegelijkertijd uit tot communiceren. Concreet materiaal en voorwerpen in relatie tot de lesstof die behandeld wordt, zijn ‘blijvend’ aanwezig in de klas. Leerlingen krijgen zo de gelegenheid en worden gestimuleerd om hier hun talige uitingen aan te verbinden.

A7

Het didactisch klimaat is expliciet gericht op het stimuleren van communicatie en taalontwikkeling binnen betekenisvolle situaties.

A8

De communicatie wordt gestructureerd. Medewerkers geven de leerling in reactie op een communicatieve uiting een ontvangstbevestiging, geven de uiting van de leerling terug en breiden deze waar mogelijk uit, aangepast aan het taalbegripniveau van de leerling. Zij gaan hierbij uit van de zone van de naaste ontwikkeling.
Visuele stappenplannen kunnen worden ingezet om de communicatie extra te structureren.
De leerling wordt structuur geboden om een uiting te formuleren en de communicatieve bedoeling effectief over te brengen bv. via de wie-wat-waar-structuur.

A9

Medewerkers wachten en geven tijd om de leerling zelf te laten communiceren. Door ruimte te geven aan leerlingen om vooral zelf te communiceren kunnen leerlingen groeien in hun spraaktaalontwikkeling.

A10

Medewerkers stellen open vragen om de communicatie op gang te helpen. Ze vereenvoudigen deze vragen niet als leerlingen niet direct adequaat talig reageren. Er worden technieken ingezet zoals herformuleren, parafraseren en topicalisatie (onderwerp apart zetten en benadrukken).

A11

Om de leerling zelf een boodschap te laten verwoorden worden naast of in plaats van het gesproken Nederlands ter compensatie ondersteunende gebaren, concreet materiaal, beeldmateriaal, schrift etc. ingezet.

A12

Medewerkers corrigeren de talige uitingen van de leerlingen niet expliciet. Zij geven in hun uiting het goede voorbeeld terug.

A13

Medewerkers dagen leerlingen uit om na te denken over hun eigen taal- en spraakgebruik (reflectie).

A14

In het lesprogramma wordt expliciet gewerkt aan de toepassing van het geleerde naar de talige werkelijkheid van alledag. Leraren grijpen kansen om leerlingen in uiteenlopende contexten geleerde talige uitingen functioneel te laten toepassen.

Advisering rond specifeke interventies (zie ook t.b.v. leerling).
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A15

Handelingsgericht werken (waaronder diagnostiek) staat aan de basis van de interventies die medewerkers toepassen. De uitkomsten van diagnostiek zijn de basis voor het opstellen van communicatieve en talige doelen op zowel individueel- als groepsniveau. Het ontwikkelingsperspectief van de leerling is hierbij leidend.

A16

Medewerkers hebben inzicht in het spraak-en taalontwikkelingsniveau van de individuele leerlingen. Ze sluiten in hun communicatieve benadering aan op dit niveau door leerlingen talig te benaderen in de zone van de naaste ontwikkeling. Dit gebeurt ten aanzien van de woordenschat, de grammaticale ontwikkeling op woord- en zinsniveau en ten aanzien van het gebruik van de taal in specifieke situaties.

A17

Leraar en logopedist formuleren gezamenlijk de communicatieve en talige benadering van de leerling.

A19

De sociale aspecten in de communicatie en interactie krijgen expliciet aandacht en worden waar nodig getraind. Het gaat om beurtwisseling, vraag-antwoord strategieën, responsieve reacties en strategieën om te kunnen deelnemen aan de interactie.
De inzet van scripts helpt leerlingen om de sociale aspecten van de communicatie inzichtelijk te maken en vervolgens in te oefenen.

A21

Voor leerlingen met problemen in de auditieve verwerking wordt solo-apparatuur ingezet. Het gebruik van deze apparatuur wordt systematisch geëvalueerd.

Samen werken met de leerkracht in de rol van co-teacher.

Setting binnen de school

De school beschikt over een leerlingvolgsysteem waarmee leeropbrengsten worden vastgelegd.
De dienstverlener cluster 2 beschikt over speciale middelen uit een depot.
Voor kinderen met ESM wordt het protocol dyslexie gebruikt.

Ten behoeve van de school

Begeleiding geven aan een groepje leerlingen met dezelfde (aan de beperking en/of stoornis gerelateerde) hulpvraag. Hierbij kunnen ook niet geïndiceerde leerlingen aansluiten.

Visuele ondersteuning van het leerprogramma. (zo nodig uit depot cluster 2)
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A11

Om de leerling zelf een boodschap te laten verwoorden worden naast of in plaats van het gesproken Nederlands ter compensatie ondersteunende gebaren, concreet materiaal, beeldmateriaal, schrift etc. ingezet.

D

Specialistisch en intensief leesonderwijs

D3

Er worden hulpmiddelen ingezet om auditieve informatie in het leesonderwijs te visualiseren.
Er wordt gebruik gemaakt van bv. klankgebaren, hak- en plakstroken, afdekkaartjes om structuren in woorden zichtbaar te maken.

E

Aangepaste instructie

E7

Tekstmateriaal en opdrachten die leerlingen niet zelfstandig kunnen verwerken, worden vooraf besproken en voorzien van cues.
Indien mogelijk/noodzakelijk wordt via het schrift, beeld, schema een compacte samenvatting van de lesstof aangeboden.

E8

Bij de verwerking van lesstof worden doelgericht (visuele) handelingswijzers aangeboden om leerlingen in staat te stellen zelfstandig opdrachten te verwerken (stappenplan, mindmappen).

Ondersteuning ib'er/rt'er op expertise cluster 2.
Scholing en voorlichtingen verzorgen voor leerkrachten.

Er is een mogelijkheid gebruik te maken van een tolk. (aparte voorziening)

Expertise

De ondersteuning in de klas en op de school wordt verzorgd door de medewerker cluster 2. Het aanbod wordt op maat gemaakt met het ontwikkelingsperspectief van de leerling als uitgangspunt. Cluster 2 heef in dit onderwijsarrangement ondersteuningsplicht.

Setting binnen de klas

Elke dienstverlener/medewerker cluster 2 beschikt over de kennis en competenties zoals opgenomen in het competentieprofel leraar cluster 2 en ambulant dienstverlener cluster 2.

De medewerker cluster 2 beschikt over kennis van reguliere en speciale methodes en sluit daar in de ondersteuning bij aan.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
C

Specialistisch en intensief taalonderwijs

C5

Het begrijpen en gebruiken van nieuwe woorden is niet vanzelfsprekend bij ESM-leerlingen. De uitbreiding van de woordschat is daarom een belangrijk doel. De didactiek van Verhallen & Verhallen ligt aan de basis van het woordenschat onderwijs.
Er wordt thematisch gewerkt om het opbouwen van mentale netwerken te bevorderen. Nieuwe begrippen worden in verschillende contexten expliciet aangeboden. Er is extra training en herhaling van nieuwe begrippen. Het opbouwen van het juiste concept bij woorden krijgt veel aandacht door een diversiteit aan oefeningen waardoor leerlingen diepe woordkennis kunnen opbouwen.

C6

Pragmatiek, het gebruiken van taal in verschillende sociale situaties heeft extra aandacht in het onderwijs.
De leraar creëert oefenmogelijkheden en leert regels expliciet aan en traint deze bijvoorbeeld aan de hand van rollenspellen waarbij de talige interactie voorop staat.

C7

De onderliggende betekenis van taal is voor ESM-leerlingen vaak moeilijk te doorgronden.
De leerlingen krijgen extra oefening en herhaling om inzicht te verwerven in figuurlijk taalgebruik, luisteren en lezen tussen de regels, dubbele ontkenningen, intonatie, humor en ironie.

C8

In het taalonderwijs in SO en VSO is expliciete aandacht voor training van woord- en zinsbouw.

C10

Taal loopt als een rode draad door het onderwijsprogramma en is dus ook bij de overige vakken een belangrijk aandachtspunt zonder het onderwijsdoel van het betreffende vak uit het oog te verliezen. Dit betekent dat talige begrippen die noodzakelijk zijn om de lesstof van het betreffende vak te kunnen verwerken vooraf besproken en waar nodig getraind worden.

C11

De taalontwikkeling wordt zorgvuldig op individueel en klassikaal niveau gevolgd aan de hand van observaties, methodegebonden toetsen, methodeonafhankelijke taaltoetsen en logopedische toetsen. De systematische analyse van de gegevens wordt gebruikt voor het opstellen van nieuwe doelen.

E

Aangepaste instructie

AssE8

Mindmappen wordt ingezet als ondersteunende methodiek om de context te expliciteren en verbanden aan te brengen. Vanuit geheel wordt gewerkt naar het detail. De vragen wie, wat, waar, wanneer, hoe staan hierbij centraal.

De leerkracht /medewerker cluster 2 heeft kennis over en is vaardig in omgaan met eigentijdse en op interactie gerichte communicatiemiddelen (bv. Smartborden, en andere vormen van digitale communicatie die ondersteunend zijn voor dove en slechthorende leerlingen.
De leerkracht/medewerker heeft kennis en ervaring in vormen van pre-teaching, re-teaching, team-teaching en co-teaching.

Setting binnen de school

Rondetafelbespreking/Leerlingbespreking om de voortgang te bespreken. Er kan beroep gedaan worden op de expertise van de CvB cluster 2.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A24a

Er bestaat een mogelijkheid tot het organiseren van een ronde tafelbespreking met meerdere disciplines. Dit maakt echter geen structureel deel uit van de reguliere schoolorganisatie.
Deskundigheid zal (voor een deel) moeten worden 'ingevlogen' uit gespecialiseerde instellingen. Op afroep of consultatiebasis kunnen experts worden geraadpleegd. Te denken valt aan orthopedagoog, spraaktaalspecialist, autisme specialist etc.

Hoeveelheid aandacht/tijd

Uitgangspunt van een licht onderwijsarrangement is dat de leerling deelneemt aan het reguliere onderwijsprogramma. De inzet wordt enerzijds bepaald door het budget en anderzijds door de contractering tussen klant en cluster 2.

Setting binnen de klas

De leerling volgt regulier onderwijs.
Specifieke ondersteuning cluster 2 wordt geboden in een kleinere groepssetting of met individuele aandacht.

Zo nodig kan de medewerker cluster 2 een beroep doen op de expertise van de CvB cluster 2.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A24a

Er bestaat een mogelijkheid tot het organiseren van een ronde tafelbespreking met meerdere disciplines. Dit maakt echter geen structureel deel uit van de reguliere schoolorganisatie.
Deskundigheid zal (voor een deel) moeten worden 'ingevlogen' uit gespecialiseerde instellingen. Op afroep of consultatiebasis kunnen experts worden geraadpleegd. Te denken valt aan orthopedagoog, spraaktaalspecialist, autisme specialist etc.

De omvang van het aanbod in het licht onderwijsarrangement gaat uit van het ontwikkelingsperspectief en de onderwijsbehoefe van de leerling. De omvang op
(school) jaarbasis is nader te bepalen.

Setting binnen de school

Ondersteuning op het reguliere curriculum wordt gegeven door een leerkracht- of medewerker cluster 2.
Ondersteuning van de spraak-taalontwikkeling door vrijgevestigde logopedist.

Fysieke omgeving

Er zijn geen aanpassingen in de reguliere omgeving.

Setting binnen de klas

In principe zijn er geen aanpassingen nodig in de reguliere omgeving. Het is een regulier klaslokaal.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
A

Didactisch  klimaat

A6

Er is een rijke taal-/leeromgeving. De leraar stemt deze omgeving af op de zone van de naaste ontwikkeling van de groep en van de individuele leerling. De omgeving sluit aan bij de communicatieve en talige doelstellingen.
De lesruimte biedt overzicht en structuur maar lokt tegelijkertijd uit tot communiceren. Concreet materiaal en voorwerpen in relatie tot de lesstof die behandeld wordt, zijn ‘blijvend’ aanwezig in de klas. Leerlingen krijgen zo de gelegenheid en worden gestimuleerd om hier hun talige uitingen aan te verbinden.

Visualisatie van belangrijke informatie.

Setting binnen de school

Als gekozen wordt voor een reguliere school waar meerdere leerlingen cluster 2 een licht onderwijsarrangement ontvangen, zal er een werkplek voor de leerkracht/medewerker cluster 2 aanwezig moeten zijn.

Samenwerking

Verantwoordelijkheid voor samenwerking met externen ligt bij de reguliere school.

Setting binnen de klas

De verantwoordelijkheid voor het contact met andere instanties ligt bij de reguliere school in overleg met ouders.

De dienstverlener cluster 2 geeft waar nodig adviezen aan ouders over het stimuleren van communicatie en spraak-taalontwikkeling in de thuissituatie.
Kwaliteitsindicatoren
Categorie Indicator Omschrijving
D

Specialistisch en intensief leesonderwijs

D12

Er is beleid geformuleerd ten aanzien van ouderbetrokkenheid op het gebied van het lezen en leesmotivatie.

F

Bevordering van sociale relaties en welbevinden

F8

Er is beleid geformuleerd ten aanzien van ouderbetrokkenheid op het gebied van welbevinden, relaties en seksualiteit en weerbaarheid. Om leer- en ontwikkeldoelen te behalen wordt in samenwerking met de zorg aan ouders ondersteuning in de communicatie en de opvoeding geboden.

Setting binnen de school

Andere instanties kunnen zijn:

Regulier (vervolg) onderwijs
Werkpad
Logopedie
Zorginstellingen tbv speltherapie etc.
Audiologisch centrum
Voor- en naschoolse opvang of behandeling
Bureau jeugdzorg
Gezinsbegeleiding (CJG)

Uitstroom naar medium onderwijsarrangement

De leerling ontwikkelt zich niet volgens het opgestelde ontwikkelingsperspectief. Er is meer ondersteuning nodig dan in het licht onderwijsarrangement geboden kan worden. De medewerker cluster 2 signaleert dat de leeropbrengst achterblijf als gevolg van handicap-specifeke beperkingen. Het medium onderwijsarrangement sluit beter aan bij de ondersteuningsbehoefe van de leerling.

Uitstroom

De leerling ontwikkelt zich volgens het opgestelde ontwikkelingsperspectief. De doelen in de begeleiding zijn behaald. De reguliere school is in staat de benodigde extra ondersteuning te bieden .De ondersteuning vanuit cluster 2 wordt afgesloten.