67. "Beter participeren door coöperatief leren"

Inleiding 

Participatie betekent deelnemen, actief meedoen. Dit geeft voldoening, versterkt sociale contacten en de mogelijkheid om nieuwe vaardigheden op te doen. Onze leerlingen met TOS/SH blijken juist met die (talige) participatie veel moeite te hebben. Er wordt hen in het reguliere onderwijs o.i. nog onvoldoende tijd en kans geboden om talig te kunnen/leren participeren. Ook in het (V)SO kan de interactie tussen leerlingen in de lessen zeker nog verder uitgebreid worden. Coöperatief Leren (CL) is daartoe een uitgelezen middel.

Uit de meta-onderzoeken naar 'wat werkt in de klas en de school?' van Marzano (2007; 2011) en Hattie (2009) blijkt o.a. dat coöperatieve werkvormen een grote bijdrage kunnen leveren om die talige participatie en het leren te bevorderen. Spencer Kagan heeft vele coöperatieve werkvormen bedacht, uitgeprobeerd en op hun waarde onderzocht: Het creëert betrokkenheid, heeft een positieve invloed op leerprestaties, persoonlijkheidsontwikkeling, sociale en emotionele ontwikkeling, taal en metacognitie.

In alle denkbare lessen kan CL dus,  naast allerlei andere voordelen die het werken met deze didactische structuren biedt, als effectief communicatie versterkende activiteit, worden ingezet. Wilt u meer te weten komen over CL, kom dan ook actief participeren!

Inhoud 

Wij willen u in deze workshop enthousiasmeren om met deze coöperatieve werkvormen aan de slag te gaan met uw leerlingen met SH/TOS.

Wij vertellen u waarom coöperatief leren werkt. Waaraan een echte didactische structuur moet voldoen (de kenmerken: GIPS) en wat bijv. het verschil is met “samenwerken”.

 U maakt kennis met enkele makkelijk toepasbare didactische structuren, door deze te zien en zelf te ervaren.

Verder geven wij u enkele handvatten om hiermee de volgende dag al aan de slag te kunnen gaan in uw praktijk.

Toepasbaarheid 

Het invoeren van coöperatieve werkvormen is een kwestie van doen. Dit kunt u dus de volgende al in uw eigen groepsactiviteiten of lessen toepassen, of als advies meegeven aan uw te begeleiden docenten, klassenassistenten, logopedisten ,enz. Zowel in het PO/SBO als in het V(S)O. Ook kunt u hier morgen uw visie c.q. beleidsplan mee versterken.

Doelgroep 

Deze workshop is geschikt voor alle in het V(S)O werkzaam zijnde professionals die zelf met groepen kinderen werken of adviseren aan mensen die dit doen, maar ook voor mensen die werken zijn in het management (bijv. leerkrachten (V)SO, logopedisten, ambulant dienstverleners, intern begeleiders, teamleiders, locatieleiders, enz. en alle anderen belangstellenden die binnen hun eigen organisatie de CL werkvormen kunnen (helpen)  implementeren.

Voorkennis van CL is niet vereist.

Na 20 jaar lkr. ,i.b.-er en r.t.-er te zijn geweest in het PO, ben ik sinds 2001 werkzaam als ambulant begeleider cluster 2 in de regio Duin en Bollenstreek. Samen met mijn collega a.d.-ers hebben wij vanuit de behoeften van onze TOS/SH leerlingen een aantal workshops en trainingen ontwikkeld w.o. coöperatief leren.  Als a.d.-er zorg ik ervoor dat in mijn co-teachingslessen altijd enkele coöperatieve werkvormen te zien zijn en adviseer ik de leerkrachten en leerlingbegeleiders deze werkvormen, zoveel als mogelijk is, in te zetten omdat ik zie dat dit de participatie van onze TOS/SH leerlingen met hun klasgenoten helpt te verbeteren. 

KorteAls voormalig leerkracht binnen regulier en cluster 2 onderwijs PO heb ik de positieve effecten ervaren die coöperatieve werkvormen hebben op leren, zelfvertrouwen en gedrag van leerlingen. Tijdens mijn studie heb ik onderzoek gedaan naar de invloed die deze drie aspecten op elkaar hebben en de mogelijke gevolgen daarvan, specifiek voor leerlingen met een TOS. Juist voor deze leerlingen, die steeds meer in het regulier onderwijs terechtkomen, is het leren samenwerken op een gelijkwaardige manier erg moeilijk, maar ook erg belangrijk. Nu, als ambulant begeleider, probeer ik leerkrachten te laten ervaren dat het investeren in ‘dat wat werkt’ beslist de moeite waard is. bio